Vernietiging directoriale beslissing : wel of geen subsidiaire aanslag ?

on Aug 30, 2018 in News

Als een aanslag door de rechter wordt vernietigd (om andere redenen dan de verjaring), heeft de fiscale administratie de mogelijkheid tot herkansing door een zgn. “subsidiaire aanslag” te vestigen. Dit is echter slechts mogelijk als de adviseur-generaal reeds een beslissing had getroffen m.b.t. het ingediende bezwaarschrift. Wanneer de belastingplichtige de zaak voor de rechtbank brengt zonder deze beslissing af te wachten, heeft de administratie deze mogelijkheid tot herkansing niet. De vraag rijst dan, wat als de directoriale beslissing wordt vernietigd? Kan de fiscale administratie dan nog steeds een subsidiaire aanslag vestigen? De rechtspraak is terzake verdeeld.

Betwisting van de aanslag

De betwisting door de belastingplichtige van een aanslag verloopt in twee fasen.

De eerste fase, die verplicht is in te stellen, is de administratieve fase. De belastingplichtige dient een bezwaarschrift in waarin hij zijn grieven m.b.t. de gevestigde aanslag toelicht. De termijn hiervoor bedraagt zes maanden, te rekenen vanaf de derde werkdag na ontvangst van het aanslagbiljet. Vervolgens zal de adviseur-generaal hierover een beslissing nemen (“directoriale beslissing”). Er geldt geen termijn waarbinnen deze beslissing moet worden genomen. Maar als er geen beslissing is genomen binnen de termijn van zes maanden vanaf ontvangst van het bezwaarschrift[1], kan de belastingplichtige de zaak rechtstreeks aanhangig maken bij de bevoegde rechtbank, zonder de directoriale beslissing af te wachten.

De tweede fase is de gerechtelijke fase. Een gerechtelijke procedure kan slechts worden ingeleid nadat eerst de administratieve fase was ingesteld. Zo niet, zal de procedure onontvankelijk zijn. Een gerechtelijke procedure moet worden ingeleid binnen de termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de derde werkdag na ontvangst van de directoriale beslissing. Daarnaast kan een gerechtelijke procedure ook worden ingeleid als er geen directoriale beslissing is genomen binnen de termijn van zes maanden, na ontvangst van het bezwaarschrift[2].

Mogelijkheid tot herkansing

Wanneer de rechter vervolgens de aanslag vernietigt omwille van een andere reden dan verjaring (bijv. omwille van een procedurefout), beschikt de fiscale administratie over de mogelijkheid tot een herkansing. De fiscale administratie beschikt dan namelijk over een termijn van zes maanden om een zgn. “subsidiaire aanslag” voor te leggen (art. 356 WIB92), zodat de belasting finaal verschuldigd blijft.

Een subsidiaire aanslag is echter slechts mogelijk als de adviseur-generaal een directoriale beslissing heeft genomen m.b.t. het ingediende bezwaarschrift.

Wat nu als de directoriale beslissing behept is met een gebrek en door de rechter vernietigd wordt? Kan de fiscale administratie dan nog steeds een subsidiaire aanslag vestigen?

De rechtspraak hierover is verdeeld.

Zo oordeelde het hof van beroep Antwerpen reeds dat het feit dat de directoriale beslissing wordt vernietigd, niet tot gevolg heeft dat de fiscale administratie geen subsidiaire aanslag meer kan voorleggen (Antwerpen 24 februari 2015, 2015/AR/2598, www.monkey.be). Lagere rechtspraak oordeelde reeds in dezelfde zin (Rb. West-Vl. (afd. Brugge) 8 december 2014, 14/312/A).

Het hof van beroep Bergen daarentegen oordeelde in een recent arrest in tegenovergestelde zin. Het hof van beroep stelde namelijk dat in zulk geval geen subsidiaire aanslag meer kan worden voorgelegd. Naar aanleiding van de vernietiging “verdwijnt” de directoriale beslissing als het ware uit de rechtsorde en wordt geacht nooit te hebben bestaan. Bijgevolg is niet voldaan aan de voorwaarden om een subsidiaire aanslag voor te leggen (Bergen 20 december 2017, 2016/AR/395, www.taxwin.be). Wij zijn van oordeel dat deze laatste uitspraak het bij het rechte eind heeft.

Bepalen welke argumenten in welk stadium van de procedure worden ingeroepen

Bij het betwisten van een aanslag is de strategie zeer belangrijk. Het is aangeraden om goed te overwegen in welk stadium van de procedure bepaalde argumenten zullen worden ingeroepen.

Bestaan er procedureargumenten (bijv. verkeerde procedure toegepast, niet respecteren antwoordtermijn…), kan overwogen worden om deze argumenten nog niet in te roepen tijdens de bezwaarfase en te anticiperen op het verstrijken van de termijn van zes maanden waarbinnen een directoriale beslissing moet worden genomen. Als de aanslag nadien door de rechter wordt vernietigd omwille van een (procedure)argument, kan de fiscale administratie geen subsidiaire aanslag meer voorleggen.

Daarnaast is het eveneens aangeraden om na te gaan of de directoriale beslissing nietig kan worden verklaard.

Pro memorie: momenteel is een prejudiciële procedure hangende bij het Grondwettelijk Hof, waarbij het Hof wordt ondervraagd over een mogelijke schending van het gelijkheidsbeginsel. Uiteraard volgen wij dit eveneens nauwgezet op.

[1] Of negen maanden in het geval van een aanslag van ambtswege.

[2] Of negen maanden in het geval van een aanslag van ambtswege.

Voor vragen of bijstand bij een (gerechtelijke) betwisting van een aanslag, kan u steeds contact opnemen met Véronique De Brabanter (02/710.78.17 of véronique.de.brabanter@pwc.com), Luk Cassimon (02/710.78.55 of luk.cassimon@pwc.com) of uw contactpersoon bij het “tax litigation and dispute resolution”-team van PwC Legal.